Koorstraat 2
1811 GP, Alkmaar
NH NL 072 548 99 99


Nederlandse Bachvereniging

Johannes Passie

klassiek
De Johannes-Passion – de oudste van Bachs twee bewaard gebleven passies, uit 1724 –  is korter, vlotter en rauwer dan de Matthäus-Passion. Waar in de Matthäus-Passion door de talrijke lange aria’s meer aandacht uitgaat naar bespiegeling, ligt in de Johannes-Passion naar verhouding meer nadruk op het verhaal zelf. Het is een spectaculair stuk vol drama, waarin het koor gruwelijk bijtend tekeer gaat. Daar staan bloedmooie aria’s zoals ‘Es ist vollbracht’ en koralen zoals ‘Ach Herr, lass dein lieb Engelein’ tegenover. Een kolfje naar de hand van operaspecialist René Jacobs.
Kaarten
  • Zaal Grote Kerk
    Prijs Normaal € 39,50
    incl. drankje en garderobe
Achtergrondinformatie

Eersteling door Marloes Biermans De Johannes-Passion was de eerste passiemuziek die Johann Sebastian Bach tijdens zijn cantorschap in Leipzig schreef. Het stuk klonk in 1724 in de Nicolaikirche op Goede Vrijdag (de vrijdag voor Pasen) tijdens de vesper. Deze avonddienst was in Leipzig een van de muzikale hoogtepunten van het jaar. Het was een dienst met naast de passie alleen nog een preek, die gehouden werd tussen de twee delen in. Omdat de preek op Goede Vrijdag in Leipzig altijd ging over de verloochening van Petrus en dat punt vrij vroeg komt in het verhaal, is het eerste deel van de passie korter dan het tweede. libretto Rode draad in de tekst van de Johannes-Passion is de bijbeltekst die traditioneel op Goede Vrijdag gelezen wordt, het evangelie van Johannes, hoofdstuk 18 en 19. Hierin vertelt Johannes het passieverhaal. De bijbeltekst wordt voorgedragen door de evangelist en de verschillende rollen (Jezus, Pilatus, de discipelen, het volk) worden ingevuld door de andere zangers. Aan het verhaal van Johannes voegde Bach twee passages uit het evangelie van Matteüs toe: Matteüs 26 vers 75 waarin de verloochening van Petrus wordt uitgelegd en Matteüs 27 vers 51-52 waarin het gordijn van de tempel scheurt. Bach vulde, misschien samen met een tekstschrijver, de bijbeltekst aan met koralen. Deze bekende kerkliederen voegde hij in op sleutelmomenten en liet ze door het hele ensemble zingen en spelen. Voor de solo-aria’s gebruikte Bach poëzie uit populaire passiebundels van Barthold Heinrich Brockes, Christian Weise en Christian Heinrich Postel. versies Bach voerde de Johannes-Passion vaak uit. Meteen het jaar na de première, in 1725, klonk het stuk opnieuw. Om niet te veel in herhaling te vallen, herzag Bach de partituur ingrijpend. Hij verving bijvoorbeeld het openingskoor ‘Herr unser Herrscher’ door de koraalbewerking ‘O Mensch bewein dein Sünde groß’ (later gebruikt als slot van het eerste deel van de Matthäus-Passion ). Ook verschillende aria’s werden geschrapt of vervangen. Bij latere uitvoeringen (1728?, 1732? en 1749) greep hij grotendeels terug op zijn eerste versie. het evangelie van Johannes en Christus’ goddelijke afkomst In het evangelie van Johannes wordt de nadruk gelegd op de goddelijke afkomst van Christus. Terwijl in de andere drie evangeliën (Matteüs, Lucas en Marcus) vooral de menswording van Christus centraal staat, is Jezus bij Johannes steeds de afgezant van de Vader die ook weer naar de Vader zal terugkeren. Door het lijden heen, blijft Christus’ goddelijke afkomst steeds een rol spelen, hij wordt nergens zo menselijk als in de andere evangeliën. Hij is niet bang en weet alles wat er gaat gebeuren, dus ook dat de kruisdood het einde niet zal zijn. Dit blijkt al meteen in het openingskoor: Christus wordt aangeroepen als ‘Herrscher dessen Ruhm in allen Landen herrlich ist’ . Dit in tegenstelling tot het openingskoor in de Matthäus waarin het gaat over het lam dat naar de slachtbank wordt gevoerd en het lijden veel meer centraal staat. In het slotkoor van de Johannes zingt het koor ‘Ruht wohl ihr heiligen Gebeine, die ich nun weiter nicht beweine, en das Grab… macht mir den Himmel auf und schließt die Hölle zu’ . Een heel andere sfeer dan het ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ uit de Matthäus-Passion . Ook in de aria ‘Es ist vollbracht’ gaat het niet alleen om de lijdende Christus, maar ook om de ‘Held aus Juda’ die door zijn lijden zegeviert. De fanfare-achtige instrumentatie in de strijkers onderstreept dit beeld. symboliek Erg beeldend is de instrumentale begeleiding van het openingskoor. Hier wordt de triniteit uitgebeeld. De repeterende noten in het continuo (het orgel en de basinstrumenten), die de basis vormen voor de harmonie, symboliseren de standvastigheid, de Vader. De circulerende, zwevende loopjes van de violen staan voor de Heilige Geest en de scherpe dissonanten in de blazers verwijzen naar de lijdende Christus. Dezelfde dissonanten keren terug in de blazerspartijen van het koor ‘Kreuzige’. Hele directe tekstuitbeelding is te vinden in veel van de recitatieven, bijvoorbeeld als de evangelist vertelt hoe Jezus gegeseld wordt. Zowel in de zangpartij als in de begeleiding van het continuo wordt het geselen duidelijk hoorbaar gemaakt. Zo ook het scheuren van het gordijn van de tempel, in het recitatief nadat Jezus is gestorven. Ook in de aria’s krijgt de tekst vaak een extra lading door de begeleiding. In de aria ‘Ich folge dir’ worden de fluiten geïmiteerd door de zangstem, waarmee het volgen wordt uitgebeeld. In de aria ‘Ach mein Sinn’ wordt de onrust en de wroeging van Petrus ondersteund door de strijkers. De begeleiding is onstuimig en onrustig en de aria eindigt abrupt. geschreeuw en gejoel In de korte koorstukken wordt veel geroepen, geschreeuwd en gescholden. Vaak komt de Johannes-Passion dan ook krachtiger en directer over dan de Matthäus . Bach onderstreept in zijn muziek het geschreeuw en gejoel. In het koor ‘Bist du nicht’ bijvoorbeeld, zetten de stemmen steeds sneller en steeds korter na elkaar in, zodat het net lijkt of er steeds meer mensen gaan roepen. Daar waar de soldaten die bij Jezus waken overleggen om zijn jas niet te verdelen maar er om te loten – ‘Lasset uns den nicht zerteilen’ – gebruikt Bach een snelle fuga, waarin de hebberigheid, de spanning en zelfs het rollen van de dobbelstenen te horen zijn. Het koraal ‘Durch dein Gefängnis Gottes Sohn’ wordt wel gezien als het hart van de passie. Veel van de snelle tutti-koren die voor dit koraal gezongen zijn, komen erna weer terug, maar dan met een andere tekst en in omgekeerde volgorde (zoals bijvoorbeeld ‘Wir haben ein Gesetz’ – ‘ Lässest du diesen los’ of ‘Sei gegrüßet’ – ‘Schreibe nicht’). Bovendien vat het koraal de essentie van de passie nog eens samen: ‘Durch dein Gefängnis Gottes Sohn, muss uns die Freiheit kommen’.

Lees meer
Wat is een Passion?

Een passion, of een passie, is een compositie waarin het lijdensverhaal uit de bijbel op muziek is gezet. In dat lijdensverhaal gaat het over de arrestatie, de berechting, de kruisiging en de dood van Jezus. Alle vier de evangeliën uit het Nieuwe Testament vertellen een eigen, deels overlappende, versie van dit verhaal. Zo zijn er passies volgens Johannes, Matteüs, Lucas of Markus. Passies ontstonden als liturgische gebruiksmuziek. Het begon heel eenvoudig, met bijbelteksten die door verschillende personen werden voorgedragen of gereciteerd. De eerste bewaard gebleven passies met muzieknotatie dateren uit de tiende eeuw. Zowel in de Renaissance als in de Barok waren passies erg populair. Telemann schreef er bijvoorbeeld meer dan 40. Ook tegenwoordig worden nog nieuwe passies gecomponeerd, door bijvoorbeeld Pärt, Penderecki en MacMillan.

Lees meer
Spel:
Uitvoerenden: Dirigent: René Jacobs | Sopraan: Robin Johannsen | Alt: n.t.b. | Tenor: Daniel Johannsen, Thomas Walker | Bass: Johannes Kammler, Arttu Kataja | De rollen van de Evangelist en Jezus worden verdeeld over beide tenoren en bassen, net als de aria’s.